Welkom Gast

Welke bijwerkingen heeft lithium?

Lithium wordt na gewenning over het algemeen goed verdragen en kan jarenlang voortgezet worden. Het is niet verslavend, maar kent wel een aantal bijwerkingen. Veel voorkomede bijwerkingen van lithium zijn:

Droge mond, dorst, veel drinken en veel plassen

Deze bijwerkingen ontstaan doordat lithium zout is. Het heeft invloed op zowel de nieren als de speekselklieren. De dorst en het vele plassen zijn vaak blijvend zolang lithium wordt gebruikt. Soms zijn deze bijwerkingen direct merkbaar, bij anderen komen ze pas na enige tijd. Door de dorst wordt er meer gedronken wat weer leidt tot meer plassen. Bij dorst en droge mond hebben veel mensen permanent een kan met ijswater (eventueel met uitgeknepen citroen) in de koelkast staan. Het gebruik van zure producten (citroen, komkommer en kwark) en ook ijsthee zijn populair. Bij een droge mond, die overigens nog kan worden verergerd door het gebruik van antidepressiva, hebben sommigen baat bij het gebruik van zogenaamd kunstmatig speeksel (Saliva, Orthana).

Meer plassen doordat meer gedronken wordt is een normaal verschijnsel. Maar het is wel van belang het vele plassen goed in de gaten te houden. Is de hoeveelheid geproduceerde urine in 24 uur minder dan 3 liter, dan wordt dat nog gezien als onschadelijk en ‘normaal’. Bij grotere hoeveelheden is belangrijk de nierfunctie te laten onderzoeken.

Verhoogd risico op cariës

Door het effect van lithium op de speekselklier verandert de samenstelling van het speeksel, waardoor het minder bescherming biedt tegen cariës (gaatjes). Een goede dagelijkse mondverzorging verdient daarom extra aandacht. Ook kan het nuttig zijn uw tandarts en mondhygiëniste hierbij te betrekken.

Gewichtstoename

50 procent van de patiënten die lithium gebruiken, heeft last van gewichtstoename. Vaak is dat een gevolg van de combinatie met andere medicijnen. Dat neemt niet weg dat lithium ook gewichtstoename in de hand werkt, onder meer doordat stemmingsverbetering ook tot een toegenomen eetlust kan leiden. De grotere dorst kan bovendien leiden tot het drinken van grote hoeveelheden hoogcalorische dranken. Ten slotte kan lithiumgebruik leiden tot een trager werkende schildklier en dit kan ook zorgen voor gewichtstoename.
Bij gewichtstoename is de belangrijkste maatregel het verminderen van de calorie-inname en (meer) sporten. Een diëtiste die zich heeft geschoold in deze speciale problematiek, kan hierbij behulpzaam zijn.

Grote gewichtsveranderingen, bijvoorbeeld bij forse vermagering, kan de lithiumspiegel veranderen en het is dan verstandig de lithiumspiegel extra goed in de gaten te houden.
 

Metaalsmaak

Lithium kan ook de smaak beïnvloeden. Veel patiënten klagen over een metaalsmaak. De uitscheiding van lithium in speeksel kan hiervan de oorzaak zijn, of het omhulsel van de tablet. Dan is veranderen van preparaat (en dan bij voorkeur in een merkpreparaat) soms een oplossing.

Maag- en darmklachten

Aanvankelijk kan er ook van sprake zijn van een opgeblazen gevoel in de buik en lichte maag- of darmklachten (misselijkheid, buikkramp en diarree), die echter vrijwel altijd weer verdwijnen. Soms helpt een middel tegen misselijkheid en/of diarree. Een ander preparaat, capsules of een drankje met lithium kan de oplossing zijn als deze klachten niet spontaan verdwijnen. Door andere toediening, tijdelijke dosisvermindering of meerdere innames verdeeld over de dag, verdwijnen de klachten vaak. Ook inname met pap of yoghurt en vooraf wat eten helpt vaak.

Trillen

Trillen komt veel in het begin van de behandeling voor en neemt toe bij een hogere bloedspiegel.bij een hogere bloedspiegel. Spierzwakte is vooral bij langdurige spierarbeid te merken, zoals bijvoorbeeld bij het lopen van een lange afstand.  Aanpassing van de dosering helpt vaak. Soms kan een medicijn, zoals propranolol, uitkomst bieden. Vermindering van het gebruik van alcohol, koffie, thee, cola of chocola kan een gunstige uitwerking op het trillen hebben. Dit kan echter best ingewikkeld uitpakken; Zo heeft bijvoorbeeld de cafeïne in  koffie een verlagend effect op de  lithiumspiegel. Stoppen met cafeïne verhoogt dus de lithiumspiegel, waardoor het beven juist weer zou kunnen toenemen.

Verminderde concentratie, vergeetachtigheid

Veelgehoorde klacht is dat gebruikers merken dat ze minder goed kunnen onthouden en dat ze lezen niet meer zo lang vol kunnen volhouden. En er sprake is van concentratie verlies. Omdat dit ook de symptomen kunnen zijn van een (beginnende) depressieve stemming of een trage schildklierwerking is het belangrijk goed uitte zoeken wat de oorzaak is. Ook een te hoge lithiumspiegel moet uitgesloten worden.

Nierfunctie

Lithium verlaat via de urine weer het lichaam. Bij dit proces spelen de nieren een belangrijke rol. Neemt de nierfunctie af, dan duurt het langer voor de lithium het lichaam verlaat.  Het is daarom is belangrijk de nierfunctie, via de bepaling van het creatinine gehalte in het bloed,  2x per jaar te laten controleren. Bij een sterk verminderde nierfunctie moet lithium vervangen worden door een alternatief.

Schildklier

Vooral bij vrouwen komt het nogal eens voor dat de schildklier minder gevoelig wordt voor het signaal uit de hersenen dat de vorming van het schildklierhormoon (thyroxine of T4) regelt. De hersenen moeten dan steeds meer signaalstof (TSH) afgeven om ervoor te zorgen dat de schildklier voldoende schildklierhormoon vormt. Soms wordt de schildklier daarbij ook groter (struma). Uiteindelijk kan de situatie ontstaan dat de schildklier, ondanks een overmaat van TSH, niet meer in staat is om voldoende schildklierhormoon te maken. Dit komt bij ongeveer één op de twintig gebruikers van lithium (bijna altijd vrouwen) voor. Om deze situatie tijdig op het spoor te komen, zal bij mensen die lithium gebruiken 2x per jaar via bloedonderzoek de werking van de schildklier worden gecontroleerd. De meeste kans op schildklierproblemen bestaan gedurende de eerste twee jaar van de behandeling, maar ook na vele jaren kan het nog plotseling de kop opsteken. Vrouwen rond de overgang hebben een grotere kans op schildklierproblemen. Ook het hebben van schildklierantilichamen en schildklierproblemen in de familie zijn factoren die zorgen voor een grotere kans op problemen met de schildklier.
Verschijnselen die bij een te trage werking van de schildklier kunnen optreden, zijn gewichtstoename, traagheid, kouwelijkheid, het lager worden van de stem, obstipatie en een onregelmatige menstruatiecyclus. Ook overproductie van schildklierhormoon komt voor, zij het heel zelden.
 

MINDER VOORKOMENDE BIJWERKINGEN

Huid

Toename huidafwijkingen: Acné (jeugdpuistjes) en psoriasis (schubbenziekte) kunnen toenemen of voor het eerst optreden. Hiervoor zijn verschillende behandelingen voorhanden bij de huisarts of huidarts. Bij vrouwen komt een enkele keer als voorbijgaande klacht een toegenomen haaruitval voor.

Stemming

Vlakke stemming: Na enige tijd lithiumgebruik bemerken patiënten soms een zekere vlakheid en vermindering van creativiteit. Meestal is er sprake van een gemis van de manische verschijnselen toen men ‘tot zoveel in staat was’. Ook de afwezigheid van de soms jarenlange wisselingen in de stemming kan een gevoel van ‘saaiheid van het leven’ geven. Verlaging van de lithiumspiegel kan soms helpen.

Hartritmestoornis

Hoewel het zelden voorkomt is er soms sprake van een onregelmatige en trage hartslag. In de meeste gevallen is er dan ook al in de voorgeschiedenis sprake was van een hartziekte. Overleg dit altijd met uw behandelend arts en cardioloog.

Seksualiteit

Vaak melden lithiumgebruikers vermindering van de beleving van de seksualiteit. Een mogelijk verklaring is dat als de stemming stabiliseert ook het seksuele gedrag gelijkmatiger wordt en dan als minder intens ervaren wordt dan in de manische intense episoden. Ook is het zo dat de gelijkmatigheid invloed heeft op de relatie met de partner, wat op zijn beurt een weerslag op de seksuele relatie kan hebben. De gevoelens bij een orgasme veranderen meestal niet. Ook dit onderwerp moet u met de behandelaar kunnen bespreken, zeker als u denkt dat het aan de lithium ligt en u om die reden met lithium zou willen stoppen. Er zijn ook andere verklaringen mogelijk. Zo komt verminderde zin in vrijen ook voor bij een (beginnende) depressie.

Bijwerkingen, wat kan je eraan doen?

Bijwerkingen kunnen de kwaliteit van leven verminderen en vormen daarmee ook een bedreiging voor de betrouwbaarheid waarmee het medicijn wordt ingenomen. Van de bijwerkingen heb je immers dagelijks last terwijl het werkzame effect van de medicatie vaak niet direct merkbaar is. Het is daarom belangrijk de bijwerkingen met uw behandelaar te bespreken, zodat samen gekeken kan worden hoe de bijwerkingen draaglijk gemaakt kunnen worden. Daarbij zal ook een afweging gemaakt moeten worden van de positieve en negatieve effecten. Zo kan verlaging van de dosis de bijwerkingen verminderen, maar moet dan wel worden afgezet tegen een verhoogd risico op terugval. Ook is het zo dat uw stemming van invloed kan zijn op de mate waarin u last ervaart van bijwerkingen. Een gedeelte van de bijwerkingen zal na gewenning en aanpassing minder last veroorzaken. Zijn de bijwerkingen ondraaglijk of te gevaarlijk dan kan een andere stemmingsstabilisator overwogen worden. Overigens is er ook dan kans op bijwerking of andere beperking.