Welkom Gast

Hoe nauwkeurig zijn de metingen met het MiniLab?

De nauwkeurigheid van een meetresultaat wordt enerzijds bepaald door de kwaliteit van het meetsysteem, in dit geval het Medimate MiniLab, en anderzijds door de kwaliteit van de bloeddruppel.

Nauwkeurigheid van het MiniLab

Om de nauwkeurigheid aan te kunnen tonen werden met een zelfde bloedmonster meerdere metingen uitgevoerd. Zowel met het Medimate MiniLab als met systemen in het laboratorium. Door deze resultaten onderling te vergelijken ontstaat een beeld van de nauwkeurigheid van de systemen.

De systemen blijken niet veel voor elkaar onder: Bij het Medimate Minilab heeft 95% van de metingen een afwijking van +/- 0,07 mmol /l. Voor de laboratorium systemen ligt dit, bij een zogenaamd betrouwbaarheidsinterval van 95%, rond de +/- 0,05mmol/l. Wel is het zo dat de verschillende systemen ten opzichte van elkaar een soort vaste afwijking hebben, dit wordt een bias genoemd. Het Medimate systeem zit vaak wat aan de veilige kant en geeft iets hogere waardes weer dan veel van de in het laboratorium gebruikte systemen. 

De kwaliteit van de druppel

Maar ook de kwaliteit van de bloeddruppel heeft invloed op het meetresultaat. En een kleine druppel verkregen via een vingerprik heeft een groter risico op kwaliteitsverschillen, dan een grote buis bloed, zoals afgenomen in het laboratorium. Dit is overigens net zo bij zelfmetingen van glucose door mensen met suikerziekte. Wanneer er bijvoorbeeld te hard gestuwd wordt om een druppel te krijgen kan de waarde hoger uitvallen. Uit onderzoek blijkt dat wanneer maximaal gestuwd wordt er een verhoging van de lithiumwaarde van 8% kan optreden. Dit blijkt ook wel uit de grotere spreiding in meetresultaten bij het MiniLab ten opzichte van de referentie metingen (in serum) in het laboratorium.

Nauwkeurigheid van een meting in vingerprik bloed

Bij een 95% betrouwbaarheidsinterval liggen de meetwaarden van de vingerprik metingen op het Medimate systeem binnen een afwijking van +/- 0,15 mmol/l ten opzichte van de referentiewaarden van het laboratorium, dit is inclusief de variatie van de bloedmonsters en de variatie van het meetsysteem. 

Maar je kunt het ook zeggen dat bij 65% van de uitgevoerde metingen de afwijking kleiner was dan 0,05 mmo/l, bij nog eens 25% de afwijking tussen de 0,05 en 0,1  bedroeg en dat maar bij de laatste 5% sprake was van een afwijking van 0,1 en 0,15. mmol/l.  

        Afwijking in mmol/l           % van de metingen

             < 0,05                       65% van de metingen

           0,05 - 0,1                     25% van de metingen

           0,1 - 0,15                      5% van de metingen

Het is dus heel goed mogelijk om een betrouwbare meting uit te voeren, maar de nauwkeurigheid van de meting wordt beïnvloed door de kwaliteit van de bloeddruppel. Voer de meting dan ook zorgvuldig uit en neem er de tijd voor. Herhaal de meting bij twijfel over de juistheid van de meetwaarde.